Eis: 30 maanden cel voor poging doodslag op bejaarde vrouw Delft

Een 22-jarige man uit Delft hoorde vandaag voor de Haagse rechtbank 30 maanden cel waarvan zes maanden voorwaardelijk tegen zich eisen. Volgens de officier van justitie heeft hij zich in de vroege ochtend van zaterdag 3 december 2016 schuldig gemaakt aan een poging doodslag op een 86-jarige vrouw te Delft.

In de nacht van vrijdag 2 december op zaterdag 3 december 2016 lag de vrouw in haar Delftse woning te slapen. Plotseling – rond 3.15 uur – schrok zij wakker doordat iemand een kussen in haar gezicht duwde. Ze kon zich losmaken en naar adem happen, waarna het kussen opnieuw in haar gezicht werd gedrukt.

In haar verzet hiertegen raakte ze gewond aan haar vinger. Ze kon zich opnieuw loswerken, begon te schreeuwen waarop de dader via de achterdeur naar buiten rende. De vrouw liep achter hem aan en werd in de tuin opgevangen door een buurvrouw die door haar kreten was gealarmeerd.

De politie kwam ter plaatse en stelde vast dat de achterdeur was opengebroken. Vermoedelijk is de verwonding aan de vinger van het slachtoffer veroorzaakt door een schroevendraaier of ander hard voorwerp dat is gebruikt voor het openbreken van de achterdeur.

Op het kussen werd DNA aangetroffen dat op 10 januari een match opleverde met de verdachte. De volgende dag hield de politie de verdachte aan. Die ontkent en zegt in de nacht van 2 op 3 december te hebben gewerkt en nooit in de woning van het slachtoffer te zijn geweest. Wie zijn werkgever is, wil de verdachte niet zeggen. De officier van justitie heeft hiernaar dan ook geen onderzoek kunnen doen.

Het OM vindt dat op basis van de aangetroffen DNA wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte geprobeerd heeft de vrouw met een kussen te verstikken. De officier van justitie noemde het schokkend dat een oudere vrouw in de veiligheid van haar eigen woning, zelfs in haar slaapkamer en midden in de nacht, op deze manier tot doelwit is gemaakt van een misdrijf zonder duidelijk motief.

De uitspraak is op 29 december aanstaande.

Vorig artikelOM eist celstraf tegen man die kinderen uit Arnhem zonder toestemming meenam naar buitenland
Volgend artikelEerste inventarisatie Oud en Nieuw
Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het landelijk parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, en bestrijdt het functioneel parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude. Op de tien arrondissementsparketten beoordelen officieren van justitie, ondersteund door administratieve en juridische specialisten, jaarlijks enkele honderdduizenden zaken. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het ressortsparket. Daar heet de vertegenwoordiger van het OM 'advocaat-generaal'. De arrondissementsparketten worden geleid door hoofdofficieren van justitie en aan het hoofd van het ressortsparket staat de hoofdadvocaat-generaal. De landelijke leiding van het OM berust bij het College van procureurs-generaal (het College) in Den Haag. De minister van Veiligheid en Justitie is politiek verantwoordelijk voor het OM. Hij bepaalt samen met het College de prioriteiten in de opsporing en vervolging.