Landelijke ophokplicht per 29 april 2020 ingetrokken

Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit trekt met ingang van 29 april 2020 de nu geldende landelijke ophokplicht in voor bedrijven die commercieel pluimvee houden. Het risico op insleep van hoogpathogene vogelgriep is zoveel afgenomen dat de maatregel niet langer noodzakelijk is. Dat schrijft minister Schouten in een brief aan de kamer. De ophokplicht is twee maanden van kracht geweest.

De ophokplicht werd op 12 februari 2020 ingesteld om te voorkomen dat bedrijven in Nederland besmet raakten door introductie van het virus via wilde vogels. Verschillende Europese landen hadden te maken met besmettingen bij commercieel gehouden pluimvee.

Sinds de verlenging van de ophokplicht zijn er geen uitbraken in en nabij Nederland gevonden. De laatste uitbraak in Duitsland was op 31 maart 2020 in Saksen. De weersomstandigheden zijn inmiddels ongunstig voor het virus. Bovendien is de voorjaarstrek van wilde watervogels inmiddels in volle gang en verdwijnen wilde watervogels uit Nederland. Daarom is besloten om de ophokplicht in te trekken. Het ministerie van LNV blijft de situatie volgen.

In Nederland geldt overigens nog steeds een verplichting tot een tweede reiniging en ontsmetting voor transportmiddelen voor gevoelige diersoorten uit de landen met uitbraken van vogelgriep. Daar wordt door de NVWA op toegezien.

Documenten
Kamerbrief Intrekken ophokplicht
Brief aan de Tweede Kamer van minister Schouten (LNV) over het intrekken van de ophokplicht.
Kamerstuk: Kamerbrief | 28-04-2020

Vorig artikelLintjesregen 2020: Vanwege het Coronavirus in gewijzigde vorm
Volgend artikelAkkoord SZW en VNG: extra budget invoering nieuw inburgeringsstelsel
Het ministerie van LNV staat voor duurzaam voedsel, waardevolle natuur en een vitaal platteland. Nederland staat daarbij voor een aantal grote maatschappelijke uitdagingen. De visie ‘Landbouw, natuur en voedsel: waardevol en verbonden’ beschrijft de verandering die nodig is: van het huidige agrarische systeem waarin de nadruk ligt op kostprijsreductie naar een systeem dat draait om het zorgvuldig omgaan met schaarse grondstoffen.